Deze vier zinnen zijn niet bedacht als marketingtekst. Ze zijn ontstaan uit de vragen die PrismPass zichzelf moest stellen: wie heeft de pin, hoe oud moet iemand zijn, wat als iemand misbruik maakt, wat als een ouder controle wil uitoefenen over een kind.
Elke keer kwamen dezelfde vier principes naar voren als antwoord. Ze scheppen ook bewust afstand. PrismPass is geen vriend. Het is geen dienst die zegt: wij zorgen voor jou. Het is een systeem met heldere grenzen. Die afstand is eerlijker dan een belofte van geborgenheid, en uiteindelijk geloofwaardiger.
Ze werken ook als toetssteen bij nieuwe vraagstukken. Hoe oud moet iemand zijn voor een digitaal identiteitsbewijs? Bescherming waar iemand zichzelf nog niet kan beschermen. Mag een ouder de verdwijnpin hebben van een kind? Het systeem oordeelt niet. De rechtsstaat wel. Waarom geen centrale opslag? Eigenaarschap hoort bij de gebruiker.